Verkiezingsdebat

Een bijeenkomst waar nauwelijks verkiesbare kandidaten voor het Europees Parlement de degens met elkaar kruisen over een onderwerp dat ze nauwelijks beheersen. Voorwaar een ideale gelegenheid voor een retorisch strateeg. Persuasieve communicatie op zijn lastigst. Daar kan, wil en zal ik niet ontbreken.

Het onderwerp: de Europese politiek in het Midden-Oosten, georganiseerd door het Grote Midden-Oosten Platform.

Van de zeven deelnemers kijkt er slechts één de zaal in tijdens het spreken. Lange lappen tekst in reactie op genuanceerde stellingen. Veel inhoud, weinig onderbouwing – heel algemeen, nergens concreet. Dit was geen ideaal verkiezingsdebat, en daarom ontzettend interessant.

Inhoud is in een verkiezingsdebat nauwelijks van belang. De inhoud is er alleen om te laten ziend dat je het beter weet dan je tegenstanders, dat je competent bent. Het grootste gevaar in een verkiezingsdebat is dat een tegenstander aan het publiek laat zien dat jij je inhoud niet kent. Dat ondermijnt je aura van competentie. En het gaat om dit aura, je uitstraling, je ethos.

Wat je als kandidaat wilt uitstralen is dat mijn stem bij jou in goede handen is. Dat doe je door te laten zien dat mijn zorgen jouw zorgen zijn, dat je me begrijpt, dat je voor mij zult strijden.

En dat zie je het beste tijdens de confrontaties in een debat. Hoe reageer je als je wordt aangevallen? Het mooiste voorbeeld kwam toen de kandidaat voor de PvdA de deelneemster van het CDA onder vuur nam. Gesproken werd over vluchtelingen en of zij buiten de EU hun asielaanvraag moesten doen of die bij aankomst in een EU-land konden doen. De PvdA’er beschuldigde de CDA’er ervan angst te zaaien door het frame van de aanzuigende werking te misbruiken. Het gevaar van deze aanval is natuurlijk dat als hij slaagt, je in een onbarmhartige hoek geduwd wordt en het beeld blijft hangen dat je liever mensen laat creperen dan ze de kans geeft aannemelijk te maken dat ze als vluchteling opgenomen moeten worden in Europa. Niet handig in een publiek dat met nuance en sympathie naar het Midden-Oosten kijkt.

Dus moet je snel en stevig reageren. En dat deed de CDA-kandidate: ze werd boos en die boosheid kwam authentiek over. Ik vermoed dat dat kwam omdat ze ook echt oprecht kwaad was. Ze legde uit dat ze bedoelde (en gezegd had) dat het om de aantrekkende werking op mensensmokkelaars ging. En niemand houdt van mensensmokkelaars.

Maar het belangrijkste was dat ze liet zien dat het haar wat kon schelen en dat ze niet over zich heen liet lopen. En dat geeft de indruk dat zij in de Europese arena overeind zou kunnen blijven en mijn belangen niet verkwanselt als ik op haar zou stemmen. Ze straalde een stevig karakter uit.

Heel anders dan de deelneemster van D66 die door de deelnemer van de VVD tamelijk onheus werd aangepakt. Ze kreeg van hem dwingend de vraag of ze vond dat de president van Egypte op de Europese sanctielijst moest. Daar kwam ze niet zo goed uit en ze verstrakte. Best voorstelbaar, maar het versterkt je uitstraling niet. Toen ze later zelf nog op dit onderwerp terugkwam, kon de VVD’er haar definitief verslaan. Niet handig. De VVD’er kwam niet bepaald sympathiek over, eerder als een pestkop, maar daar moet je je met gemak tegen kunnen verweren als je ambities hebt serieus mee te spelen in Europa.

En daarmee werd de kandidaat van het CDA voor mij de winnaar van dit debat. Niet omdat ze een visie op het onderwerp had, of er zelfs maar wat vanaf wist, niet omdat ik sympathie heb voor het CDA, en zelfs niet (full disclosure) omdat ik haar nog ken van een vroegere baan, maar omdat ze liet zien dat ze uit het juiste hout gesneden is om in confronterende situaties overeind te blijven.

Nu is lang niet iedereen deelnemer in een verkiezingsdebat, maar iedereen communiceert met anderen. En meestal zijn we dan vooral bezig met de inhoud van wat we communiceren. Pas als we ons karakter tonen in hoe we ons uiten, kunnen we echt overtuigend zijn. Dit geldt als je presenteert, als je schrijft, maar ook als je met een collega overlegt. Het kan geen kwaad om daar meer aandacht aan te besteden. Als je jezelf beter laat zien, word je effectiever van en daarvan word jij beter, wordt Nederland beter en wordt Europa beter. En zo help je toch een beetje mee aan de Europese democratie.